In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 december 2023. De rechtbank had in een eerdere uitspraak een beslistermijn van zestien weken opgelegd, maar de minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. Gezien de overschrijding van de maximale termijn van 21 maanden, legt de rechtbank een kortere beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd om de minister te stimuleren tijdig te beslissen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van werkzaamheden bij een opvolgend beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.