ECLI:NL:RBDHA:2026:8084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eiseres, een Syrische vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat er geen sprake is van een feitelijke gezinsband, ondanks het huwelijk. Eerder afgewezen aanvragen en bezwaarprocedures bevestigden dit standpunt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder WhatsApp-berichten, geldtransacties en een vliegticketreservering, voldoende heeft meegewogen. Deze stukken zijn echter onvoldoende om een doorlopend en intensief contact aan te tonen dat past bij een feitelijke gezinsband, zeker gezien het langdurige huwelijk van negen jaar. Ook het argument dat het gezinsleven voortgezet wordt door de aanvraag zelf, wordt verworpen.
Verder is vastgesteld dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden, omdat de nieuwe bewijsstukken pas in de beroepsfase zijn ingediend en er in de bezwaarfase geen aanleiding was tot een hoorzitting. Omdat er geen gezinsleven is, was een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet vereist. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband.