ECLI:NL:RBDHA:2022:12323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken feitelijke gezinsband ondanks rechtsgeldig huwelijk
Eiseres, met de Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om te kunnen nareizen bij haar wettelijk gehuwde partner (referent). Verweerder wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat er sprake was van een feitelijke gezinsband, ondanks de overgelegde rechtsgeldige huwelijksakte.
De rechtbank overwoog dat hoewel het huwelijk rechtsgeldig is, dit niet automatisch betekent dat er een feitelijke gezinsband bestaat. Verweerder mocht onderzoek doen naar de feitelijke invulling van het gezinsleven, waarbij tegenstrijdige verklaringen van de referent over samenwonen en het ontbreken van overtuigend bewijs zoals foto’s of duidelijk contact, meespeelden.
Eiseres voerde aan dat verweerder ten onrechte voorbijging aan de huwelijksakte en dat het samenwonen niet vereist is volgens het beleid. Ook stelde zij dat verweerder de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro onjuist maakte en de hoorplicht schond. De rechtbank verwierp deze stellingen, oordeelde dat verweerder terecht afzag van een hoorzitting en dat het beroep ongegrond is.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een feitelijke gezinsband bestond op het moment van binnenkomst van de referent en dat verweerder daarom de aanvraag mocht afwijzen. Een ambtshalve beoordeling op grond van artikel 8 EVRM Pro was in dit geval niet aan de orde.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een feitelijke gezinsband bestaat.