3.1Aard van de zaak
Deze strafzaak kenmerkt zich doordat de officier van justitie en de verdediging zogeheten ‘procesafspraken’ hebben gemaakt over wat volgens hen een passende uitkomst van de strafzaak zou zijn. Deze procesafspraken zijn opgenomen in een overeenkomst die op 3 november 2025 door de officier van justitie en door de raadsman is ondertekend.De officier van justitie heeft de procesafspraken voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling aan de rechtbank toegestuurd. In de overeenkomst doen de officier van justitie en de verdediging aan de rechtbank een gezamenlijk voorstel voor de wijze van afdoening van de strafzaak.
Samengevat houdt dit afdoeningsvoorstel het volgende in:
- de verdachte ziet af van het indienen van onderzoekswensen;
- de verdachte hoeft in het kader van de afspraken geen nadere verklaring af te leggen.
- het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting rekwireren tot een bewezenverklaring van:
o feit 1: aanwezig hebben/verkopen van (in ieder geval 60 kilo) cocaïne in de periode van 16 juni 2020 tot en met 10 januari 2021 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen;
o feit 2: voorbereidingshandelingen van invoer van (een deel van) 30 kilo cocaïne via België naar Nederland en handel in cocaïne in de periode van 22 juli 2020 tot en met 7 maart 2021 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen;
o feit 3: witwassen van ruim € 2.000.000 in de periode van 25 juni 2020 tot en met 13 maart 2023 te Delft, in elk geval in Nederland;
- het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting voor die bewezenverklaring een
een gevangenisstraf van 40 maanden vorderen;
- door de verdediging worden geen verweren gevoerd;
- de verdachte zal verschijnen op de terechtzitting;
- de verdachte zal zich op 5 november 2025 om 10 uur melden bij de politie aan het
hoofdbureau aan de Burgemeester Patijnlaan 35 in Den Haag;
- bij de voorgeleiding bij de rechter-commissaris zal het Openbaar Ministerie instemmen met een schorsing van de voorlopige hechtenis tot aan de einduitspraak en indien de rechter-commissaris niet overgaat tot schorsing van de voorlopige hechtenis zal het Openbaar Ministerie geen vordering gevangenhouding indienen;
- de verdachte zal zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de straf;
- door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld, indien
de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de
verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- de verdachte doet afstand van het beslag;
- het Openbaar Ministerie zal geen vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel indienen;
- het Openbaar Ministerie zal geen andere zaak jegens de verdachte beginnen op basis van de datasets van de Sky-ID's [gebruikersnaam 5] en [gebruikersnaam 6] voor wat betreft witwasdelicten en
drugsdelicten, waaronder ook inbegrepen artikel 11b Opiumwet en artikel 140 Wetboek
van Strafrecht (daar waar het drugsdelicten betreft). Vervolging blijft wel mogelijk bij
andersoortige delicten zoals gewelds- of andere slachtofferdelicten.
In de overeenkomst is verder een voorwaardelijk verzoek opgenomen van de verdediging en het Openbaar Ministerie tot heropening van het onderzoek ter terechtzitting, indien de
rechtbank de procesafspraken zou afwijzen in de volgende gevallen:
- indien de rechtbank tot een andere bewezenverklaring zou komen, maar uitsluitend voor zover hierdoor de aard van het delict wezenlijk verandert;
- indien de rechtbank van oordeel zou zijn dat de overeengekomen straf niet in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak.