In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over een beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op zijn asielaanvraag. Eiser had eerder al een procedure aangespannen, waarbij de rechtbank had bepaald dat de minister binnen zestien weken een besluit moest nemen. Indien de minister deze termijn overschreed, zou hij een dwangsom van € 100,- per dag moeten betalen, met een maximum van € 7.500,-. Eiser heeft nu een tweede beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag van 13 december 2023.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister heeft de eerder opgelegde beslistermijn van zestien weken overschreden, en de rechtbank legt nu een nieuwe beslistermijn op van acht weken, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. De rechtbank heeft ook bepaald dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij deze nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt. Eiser heeft recht op een besluit binnen de opgelegde termijn, en als de minister hier niet aan voldoet, kan hij een dwangsom verwachten. De rechtbank heeft de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en jurisprudentie van de Raad van State in haar overwegingen betrokken.