ECLI:NL:RBDHA:2026:7892
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging Wvggz voor continuering verplichte zorg in vertrouwde omgeving
De rechtbank Den Haag behandelde op 4 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, geboren in 1955, die verblijft in een Wvggz-accommodatie. Betrokkene lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis en een psychotische stoornis met agressie. Hoewel eerder een machtiging op grond van de Wzd was verleend, is er geen zicht op een geschikte Wzd-accommodatie, waardoor continuering van zorg in de huidige omgeving noodzakelijk is.
De arts verklaarde dat betrokkene dagelijks medicatie weigert en dat stoppen met medicatie tot decompenseren zal leiden. Betrokkene verzet zich tegen het verzoek en wenst te verhuizen naar familie in het buitenland. De rechtbank overwoog dat de continuïteit van zorg in een vertrouwde omgeving essentieel is en dat een overbruggingsmachtiging passend is, ook al is de overgang naar een Wzd-instelling nog niet concreet.
De rechtbank concludeerde dat de psychische stoornissen, ondanks medicatie, zonder verplichte zorg ernstig nadeel veroorzaken, waaronder agressie, verwaarlozing en onvermogen tot zelfzorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt daarom verleend voor de maximale duur van zes maanden tot 4 september 2026, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in de accommodatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging tot 4 september 2026 voor verplichte zorg in de huidige Wvggz-accommodatie.