Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 20 oktober 2023, maar de minister had binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 10 november 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister niet binnen de beslistermijn heeft beslist. De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van acht weken na verzending van de uitspraak vast, waarbij de minister verplicht wordt alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, omdat hij een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld en de procedure alleen ziet op het niet tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 4 maart 2026.