ECLI:NL:RBDHA:2026:779

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
NL25.41228
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens dubbel beroep op niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser diende op 28 augustus 2025 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 oktober 2023. Dit beroep werd ingediend terwijl er al een eerder beroep liep, ingesteld op 7 juli 2025, dat op 2 oktober 2025 gegrond werd verklaard en waarbij de minister werd opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen.

De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting gewenst was, maar partijen hebben hier geen gebruik van gemaakt. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en ambtshalve beoordeeld of eiser procesbelang had.

De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang heeft bij het tweede beroep omdat er al een lopende procedure is die hetzelfde doel dient, namelijk het verkrijgen van een besluit op de asielaanvraag. Hierdoor is het tweede beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41228

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. J.M.M. Heilbron),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van 28 augustus 2025 dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van
3 oktober 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft
gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.
3. Eiser heeft op 7 juli 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (NL25.30041). Hangende die procedure heeft eiser op 28 augustus 2025 onderhavig beroep ingesteld.
4. Deze rechtbank heeft op 2 oktober 2025 uitspraak gedaan in het eerste beroep
en dat gegrond verklaard. Voor zover hier van belang, is de minister opgedragen om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van die uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
5. Ten tijde van het instellen van dit beroep liep er dus nog een eerste beroep wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 3 oktober 2023. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, heeft eiser geen belang met zijn tweede beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande is het onderhavige beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).