In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 19 april 2024. De rechtbank had in een eerdere uitspraak een beslistermijn van zestien weken opgelegd en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000. Omdat de minister niet binnen deze termijn heeft beslist, is nu het tweede beroep aan de orde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden voor de asielprocedure, past de rechtbank een kortere beslistermijn toe van acht weken, ingaande de dag na bekendmaking van deze uitspraak. De minister wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Omdat de eerdere dwangsom nog niet volledig is volgelopen, begint de nieuwe dwangsom pas nadat de eerdere is geëindigd, namelijk op 21 juni 2026.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van het tweede beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.