In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 22 februari 2024. Eerder had de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat de minister uiterlijk 22 november 2025 een besluit moest nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.
De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waarop eiser een tweede beroep instelde. De rechtbank Den Haag oordeelt dat bij een tweede beroep geen nieuwe ingebrekestelling vereist is en verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de maximale beslistermijn van 21 maanden.
De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van €100 per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50 vanwege de beperkte omvang van de werkzaamheden bij een opvolgend beroep.