Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. R.P. Tuinenburg en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M.G. Eckhardt naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
[aangever]met een mes (boxcutter) in de buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte
5.De strafoplegging
6.De voorlopige hechtenis
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De schadevergoedingsmaatregel
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
TWEE (2) JAREN;
EEN (1) JAAR, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
€ 9.150,-, bestaande uit
€ 1.150,-aan materiële schade en uit
€ 8.000,-aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [aangever];
€ 9.150,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 april 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald
,ten behoeve van [aangever];