ECLI:NL:RBDHA:2026:7350
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling leeftijdsvaststelling vreemdeling bij aanvraag verblijfsvergunning asiel
Eiser betwistte de vastgestelde geboortedatum die de minister hanteerde bij de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank onderzocht of de minister mocht uitgaan van de geboortedatum uit de Zwitserse registratie en het UNHCR-document, dan wel van de door eiser gestelde geboortedatum op een doopakte.
De minister had meerdere onderzoeken laten uitvoeren, waaronder leeftijdsschouwen, een medisch leeftijdsonderzoek en het opvragen van registraties bij Italiaanse en Zwitserse autoriteiten. De Zwitserse registratie en het UNHCR-document wezen op een andere geboortedatum dan de door eiser opgegeven. De doopakte werd door een deskundige als waarschijnlijk niet echt beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat de minister de presumptie van minderjarigheid mocht ontzenuwen op basis van de tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser en de betrouwbaarheid van de Zwitserse registratie en het UNHCR-document. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister mocht uitgaan van de geboortedatum uit de Zwitserse registratie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de geboortedatum die de minister hanteert.