ECLI:NL:RBDHA:2026:7338
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid politieke vervolging Bangladesh
Eiser, een Bengaalse nationaliteit dragende sympathisant van de Bangladesh Nationalist Party (BNP), verzocht asiel vanwege politieke vervolging door de Awami League. Hij stelde dat hij en zijn familie werden aangevallen en mishandeld vanwege zijn politieke activiteiten. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat het relaas van eiser niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de ongeloofwaardigheid van de problemen van eiser terecht mocht aannemen, mede vanwege tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over reisroutes, data van aanvallen en het aantal aanvallers. Hoewel verweerder pas in het verweerschrift uitgebreid op de overgelegde documenten inging, passeerde de rechtbank dit motiveringsgebrek omdat de documenten reeds bekend waren bij eiser.
Eiser voerde aan dat hij psychisch belast was en dat dit zijn inconsistenties verklaarde, maar de rechtbank vond hiervoor onvoldoende bewijs. Ook het ontbreken van een vrijwillige vertrektermijn werd door de rechtbank gegrond verklaard vanwege de kennelijke ongegrondheid van de asielaanvraag. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.802.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.