Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7326

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
NL25.28522
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Eiser diende op 25 augustus 2023 een asielaanvraag in en stelde de minister van Asiel en Migratie tweemaal in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Op 7 mei 2025 stelde eiser een eerste beroep in tegen het niet tijdig beslissen, dat later werd ingetrokken nadat de minister de aanvraag op 20 augustus 2025 alsnog had ingewilligd. Vervolgens stelde eiser een tweede beroep in tegen het niet tijdig beslissen.

De rechtbank oordeelt dat het tweede beroep niet-ontvankelijk is omdat eiser met dit beroep niet in een gunstigere positie kan komen dan met het eerste beroep. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt.

Eiser kan tegen deze uitspraak binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.28522
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. E.R. Coene),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.
De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden. [1]

Overwegingen

1. Eiser heeft op 25 augustus 2023 een asielaanvraag ingediend. Op 26 februari 2024 en 26 november 2024 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Namens eiser heeft mr. F. Zeven op 7 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Gemachtigde heeft op 27 juni 2025 nogmaals beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag van eiser op 20 augustus 2025 alsnog ingewilligd.
2. Het beroep van eiser van 7 mei 2025 heeft de rechtbank ingeschreven onder zaaknummer NL25.20975. Eiser heeft dit beroep ingetrokken met het verzoek hem een proceskostenvergoeding toe te kennen. De rechtbank heeft bij uitspraak van 12 december 2025 verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskostenvergoeding.
3. Het onderhavige beroep (NL25.28522) heeft eiser niet ingetrokken. De rechtbank verklaart dit beroep niet-ontvankelijk, omdat eiser met het instellen van dit tweede beroep niet in een gunstigere positie kon komen te verkeren dan met het eerste beroep. Voor een proceskostenvergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Özçelik, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).