Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig een nieuw besluit heeft genomen op haar asielaanvraag van 25 november 2022, ondanks een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 januari 2025 die de minister opdroeg opnieuw te beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn ruimschoots is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde termijn van twee weken heeft beslist. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. De rechtbank bepaalt dat de minister alsnog binnen zes weken na de uitspraak een besluit moet nemen, een kortere termijn dan het gebruikelijke 8+8 wekenmodel.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister de beslistermijn overschrijdt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.