De minister heeft op 4 februari 2026 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser, die hiertegen beroep instelde. Dit beroep werd tevens gezien als een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek op 24 maart 2026 gesloten zonder zitting.
Eiser voerde aan dat hij uit angst voor de Nigeriaanse autoriteiten niet op een geplande presentatie verscheen en dat er nog procedures liepen over zijn asielaanvraag en artikel 64-procedure. Hij stelde dat de maatregel van bewaring hem zwaar viel vanwege medische klachten en dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring tot het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was en dat sindsdien de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door rappelleren bij Nigeriaanse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken. De rechtbank zag geen reden om een lichter middel toe te passen en vond het BMA-advies niet doorslaggevend omdat medische zorg in detentie beschikbaar is.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig is gebleven en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.