In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 31 maart 2024. De rechtbank had in een eerdere uitspraak bepaald dat de minister vóór 25 februari 2026 een besluit moest nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.
De minister heeft niet binnen deze termijn beslist, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is verklaard. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, ingaand de dag na bekendmaking van deze uitspraak, waarbij rekening is gehouden met het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden.
Daarnaast wordt een nieuwe dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd, die aanvangt nadat de eerdere dwangsom volledig is volgelopen, namelijk vanaf 26 juli 2026. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50 vanwege de beperkte omvang van werkzaamheden bij een opvolgend beroep.