Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- de verzoeker
- de verweerder in de hoofdzaak;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij een procedure over de geslachtsnaamwijziging van zijn zoon. De verzoeker stelde dat de rechter bevooroordeeld was omdat bepaalde feiten niet werden meegenomen in de beslissing.
Tijdens de zitting op 11 februari 2026 stelde de rechter kritische vragen aan de verzoeker over diens standpunten en emoties, maar gaf ook aan onbevooroordeeld te zijn en de zaak met alle aandacht te behandelen. De wrakingskamer oordeelde dat het stellen van kritische vragen door de rechter niet wijst op vooringenomenheid, zeker omdat partijen de gelegenheid kregen om te reageren.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het aannemen van partijdigheid of de schijn daarvan. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.