3.2.Uit het proces-verbaal van 11 februari 2026 blijkt het volgende verloop van de zitting:
“(…) Eiser: de moeder liegt, de verklaring van NN [de zoon van verzoeker, toevoeging: rechtbank] klopt niet. Ik noem een voorbeeld: over een tikkie. In de verklaring staat dat NN dit dan bezwaarlijk vindt omdat dan zijn achternaam in beeld komt, maar er staat helemaal geen achternaam bij als je een tikkie stuurt.
Eiser: komt het omdat ik een kleurtje heb? U bent ook blank. Ik ken jullie soort.
De gemachtigde van eiser zegt tegen eiser dat hij dit niet zo kan zeggen.
R: ik vind het jammer dat u dat zo zegt. Ik kijk onbevooroordeeld en met alle aandacht naar uw zaak. Ik zie dat de zaak u aangrijpt en emoties hij u losmaakt: dat is begrijpelijk het gaat
om uw zoon. Ik heb uitgelegd dat ik eerst uw advocaat zijn verhaal wil laten afmaken en dat
u daarna de gelegenheid krijgt om uw verhaal te doen.
R: waarom zou NN liegen? Waarom zou hij niet kunnen aangeven wat hij wil? Heeft u een
reden waarom u niet het vertrouwen hebt dat uw kind hier goed mee omgaat.
Eiser: ja: omdat hij bijvoorbeeld aangeeft dat hij iets niet tegen zijn moeder wil zeggen en
dan aan mij vraagt om dat niet tegen haar te zeggen. In de eerdere procedure is gebleken dat de moeder aan de lopende band liegt: bijvoorbeeld over het feit dat we hebben
samengewoond. Ik stuur in deze procedure een bezwaarschrift. Vervolgens herhalen ze het
allereerste onjuiste standpunt over het samenwonen. Ik heb daarom gebeld naar verweerder. U heeft het kunnen lezen. De zaak zit vol leugens en NN zal er als dit zo door kan gaan, achterkomen via internet dat de naam die hij heeft aangenomen, van mensen is die hem niet wilden. Google maar op ‘de lekkende rechter’.
R: ik kan niet in NN zijn hoofd kijken. Ik kan alleen kijken of de procedure goed is gegaan
en of er aanknopingspunten in het dossier zijn te vinden waaruit blijkt dat hij onder druk is
gezet. NN is nu zelf gehoord, zonder dat zijn moeder erbij was. Bij iemand van 12 jaar
moet je er in beginsel vanuit kunnen gaan dat hij kan aangeven of hij wel of niet iets wil en
of hij al dan niet onder druk is gezet of druk van een ouder voelt; dat vindt de wetgever en
daarom wordt belang gehecht aan het horen van een kind van die leeftijd: ziet u dat anders?
Eiser: herhaalt wat hij eerder zei over het tikkie en vraagt aan de rechter of hij dan voor zijn rekening wil nemen dat NN op zijn achttiende erachter zal komen dat hij de naam heeft van mensen die hem niet wensten.
R: Dat heeft u al eerder gezegd: ik kan dat feit echter niet zonder meer meenemen, daar zit
verder niets over in het dossier.
Eiser: ik wraak u, omdat u bepaalde feiten niet wil meenemen. Dan vertrouw ik er niet meer
op dat u onbevooroordeeld bent. (…)”