Uitspraak
Rechtbank den haag
verdachte,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Op 12 maart 2026 heeft een rechter-plaatsvervanger van de rechtbank Den Haag een verzoek tot verschoning ingediend in een strafzaak met parketnummer 09-254406-25. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat een procespartij deel uitmaakt van de zakelijke kennissenkring van de rechter, wat aanleiding geeft tot een terechte vrees voor partijdigheid.
De verschoningskamer van de rechtbank heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, aangezien een verschoningsverzoek niet ter terechtzitting hoeft te worden behandeld. Uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, maar uitzonderlijke omstandigheden en de schijn van partijdigheid kunnen aanleiding geven tot verschoning.
De kamer concludeerde dat het verzoek terecht is ingediend en wees het toe om de schijn van partijdigheid te vermijden. De behandeling van de hoofdzaak wordt daarom overgenomen door een andere rechter en het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. De beslissing is genomen op 19 maart 2026 door drie rechters in raadkamer.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.