ECLI:NL:RBDHA:2026:7251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel vreemdelingenbewaring ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van vreemdelingenbewaring die op 21 november 2025 was opgelegd. Hij betwistte de gronden voor de bewaring, stelde dat onvoldoende was onderzocht of een lichter middel mogelijk was en voerde aan dat het zicht op uitzetting ontbrak vanwege late vluchtaanvraag en onduidelijkheid over vluchtboekingen.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel eerder rechtmatig was bevonden en dat de beoordeling zich nu richtte op het voortduren van de bewaring sinds 15 januari 2026. De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de maatregel voldoende waren getoetst en dat er geen nieuwe feiten waren die een ander oordeel rechtvaardigden. Ook werd geoordeeld dat verweerder voortvarend handelde, met meerdere rappelleringen bij de Marokkaanse autoriteiten, bevestiging van de nationaliteit, afgifte van een laissez-passer en een geplande vlucht.
De rechtbank concludeerde dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig was en dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.