ECLI:NL:RBDHA:2026:7217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de verantwoordelijkheid van Duitsland voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Uit berichten van de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers blijkt dat eiser op 5 februari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft op 6 februari 2026 verklaard geen contact meer te hebben met eiser en zich te onttrekken van de zaak.
Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.