ECLI:NL:RBDHA:2026:7216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep buiten zitting behandeld en concludeert dat het beroep ongegrond is. De minister heeft terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast ten aanzien van Duitsland, aangezien er geen sprake is van structurele tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem.
Eisers voerden aan dat zij vrezen voor indirect refoulement en onvoldoende bescherming in Duitsland, maar zij hebben geen concrete feiten of aanwijzingen aangevoerd die het vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. Ook de vrees voor onvoldoende opvang en conflicten met familieleden zijn onvoldoende om het besluit te wijzigen.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet verplicht was om op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de asielaanvragen alsnog in behandeling te nemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.