Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
.
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Tsjadische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen een aanvullend terugkeerbesluit van 21 januari 2025 en verzocht om een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft de zaak op 12 maart 2026 behandeld, waarbij partijen zich afgemeld hadden voor de zitting.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact heeft onderhouden met zijn gemachtigde tot het moment van sluiting van het onderzoek. Uit het verweerschrift blijkt dat eiser op 17 maart 2025 in Frankrijk is geïdentificeerd, waarna Nederland een Dublinclaim heeft geaccepteerd en de overdrachtstermijn verlengd tot 4 oktober 2026 vanwege het vertrek van eiser met onbekende bestemming.
De gemachtigde van eiser heeft verklaard geruime tijd geen contact te hebben gehad met eiser en niet te weten waar hij verblijft. Omdat het beroep is beslist, is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 12 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.