Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7139

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
24/7311
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 IOAWArt. 37a IOAW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing gedeeltelijke ontheffing arbeidsverplichtingen IOAW

Eiseres, die sinds 2018 een IOAW-uitkering ontvangt en 20 uur per week werkt als huishoudelijke hulp, verzocht om gedeeltelijke ontheffing van haar arbeidsverplichtingen. De Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (ISD) handhaafde de arbeidsverplichtingen na een sociaal medisch advies en een bezwaarprocedure.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen procesbelang heeft. De arbeidsverplichtingen zijn ongewijzigd sinds 2018, eiseres werkt nog steeds 20 uur per week en voldoet daarmee aan de verplichtingen. Het college handhaaft niet strikt en een gedeeltelijke ontheffing is volgens de IOAW niet mogelijk.

De rechtbank stelt dat alleen volledige ontheffing tijdelijk kan worden verleend bij dringende redenen, die hier niet zijn aangetoond. Eiseres kan bij verslechtering van haar situatie een nieuw medisch onderzoek aanvragen. Het beroep wordt niet inhoudelijk behandeld en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7311

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. G.C. Blom),
en
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek,de ISD
(gemachtigde: mr. D. de Borst-Mok).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het weigeren van een gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichtingen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling. Het beroep is dus niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij primair besluit van 30 januari 2024 heeft de ISD eiseres meegedeeld dat de arbeidsverplichtingen gewijzigd worden voortgezet op grond van artikel 37, eerste lid, onder a tot en met f, van de IOAW [1] . Met het bestreden besluit van 25 juli 2024 op het bezwaar van eiseres heeft de ISD de arbeidsverplichtingen gehandhaafd.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De ISD heeft een verweerschrift ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de ISD.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres, geboren [geboortedatum] 1963, ontvangt sinds 21 maart 2018, samen met haar echtgenoot, een uitkering op grond van de IOAW. Sinds 1 april 2018 werkt eiseres gemiddeld 20 uur per week als huishoudelijke hulp. Naar aanleiding van een heronderzoek heeft de ISD op 15 november 2023 GGD Hollands Midden verzocht om een sociaal medisch advies (SMA) uit te brengen over de arbeidsmogelijkheden van eiseres. Op 18 december 2023 is eiseres op het spreekuur geweest. De resultaten van het onderzoek staan in een SMA van 18 januari 2024.
3.1.
Bij het primair besluit heeft de ISD, met verwijzing naar het SMA, eiseres meegedeeld dat de arbeidsverplichtingen in artikel 37, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, van de IOAW volledig voor eiseres gelden.
3.2.
Bij het bestreden besluit heeft de ISD, met verwijzing naar het advies van de ambtelijke commissie bezwaarschriften ISD Bollenstreek van 24 juli 2024, het bezwaar ongegrond verklaard. Het SMA is deugdelijk tot stand gekomen en dat geldt ook voor de inhoud. Niet is gebleken dat de betrokken arts niet deskundig genoeg zou zijn. Gelet daarop is terecht besloten dat de arbeidsverplichtingen voor 36 uur per week, rekening houdende met de beperkingen die zijn vastgesteld in het SMA, van toepassing zijn. Voor een formele ontheffing van de arbeidsverplichtingen bestaat geen grond. Echter, gezien de conclusies van de arts in het SMA en het verhandelde ter hoorzitting is het duidelijk geworden dat er factoren zijn waarmee rekening gehouden dient te worden in het uitvoeren van arbeid, gelet op de (werk)belasting van eiseres. Nu eiseres is aangemeld bij Provalu [2] en tevens 20 uur werkt in de schoonmaakbranche, voldoet zij hiermee aan de opgelegde verplichtingen. In het geval van eiseres zal niet strikt worden gehandhaafd, aldus de ISD.
Procesbelang
4. Voordat aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep kan worden toegekomen, moet eerst worden beoordeeld of eiseres voldoende belang heeft bij haar beroep.
4.1.
Volgens vaste rechtspraak is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden. [3]
4.2.
Het bestreden besluit gaat over handhaving van de arbeidsverplichtingen over een periode die inmiddels is verstreken. Ter zitting heeft het college toegelicht dat in het primaire besluit abusievelijk ‘gewijzigd’ staat maar dat gelezen moet worden ‘ongewijzigd’. De rechtbank stelt vast dat de situatie sinds 1 april 2018 ongewijzigd is. Eiseres is steeds blijven werken voor 20 uur per week in de huishoudelijke hulp en ter zitting heeft zij verklaard dat zij dat nog steeds doet en ook wil blijven doen tot haar pensioen indien dat mogelijk is. Verder is van belang dat in het bestreden besluit staat dat eiseres reeds voldoet aan de arbeidsverplichtingen door 20 uur per week te werken en dat het college de naleving niet strikt zal handhaven. Het college heeft dit ter zitting nogmaals bevestigd en aangegeven dat niet is gehandhaafd in de verstreken periode. Procesbelang is ook niet gelegen in de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding. Eiseres heeft dit in beroep niet aangevoerd en de rechtbank acht het daarnaast op voorhand onaannemelijk dat eiseres schade heeft geleden door het bestreden besluit. Verder is niet gebleken dat een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit nog van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Eiseres heeft ter zitting toegelicht dat zij met het beroep wil bereiken dat zij een gedeeltelijke ontheffing krijgt van 20 uur per week. De rechtbank is van oordeel dat eiseres dat resultaat niet kan bereiken, ook niet in de toekomstige periode. In artikel 37a , eerste lid, van de IOAW is bepaald dat het college, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan verlenen van een of meer verplichtingen als bedoeld in artikel 37 van Pro de IOAW. De rechtbank is van oordeel dat gelet op deze bepaling het college enkel bevoegd is een gehele ontheffing (tijdelijk) te verlenen. Het college heeft desgevraagd ter zitting zich ook op het standpunt gesteld dat een gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichtingen niet mogelijk is. Eiseres heeft verder enkel gesteld maar niet gewezen uit welke bepalingen blijkt dat dit wel mogelijk is.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat ook niet is gebleken van dringende redenen. Indien de arbeidsbeperkingen van eiseres in de toekomst toenemen, kan zij zich kan wenden tot het college met het verzoek om een nieuw medisch onderzoek te laten uitvoeren. De medisch adviseur moet bij het advies de dan geldende nieuwe (medische) feiten en omstandigheden betrekken. Indien zij het niet eens is het met nieuwe besluit kan zij bezwaar maken en eventueel beroep instellen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.IOAW = inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
2.Provalu = een werk- en ontwikkelbedrijf in de Kust-, Duin- en Bollenstreek.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1206