Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
9 februari 2026 verschenen.
2.De tenlastelegging
19 januari 2025 te ’s-Gravenhage;
[aangever 1] .
3.De bewijsbeslissing
[aangever 1] heeft afgeperst. [aangever 1] heeft hierover verklaard dat de medeverdachte een mes trok en dat de verdachte degene was die hem heeft bedreigd. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat [aangever 1] zijn pinpas heeft afgeven aan de medeverdachte. Later die avond heeft de medeverdachte immers met de pinpas van [aangever 1] een bedrag betaald bij de Titanic supermarkt op de De la Reyweg in Den Haag. Wat evenwel niet kan worden vastgesteld, is wat het aandeel van de verdachte in deze afpersing is geweest. De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting ontkend dat hij [aangever 1] heeft bedreigd. De verdachte erkent wel dat hij in de buurt aanwezig is geweest, maar hij ontkent enige bijdrage te hebben geleverd en zegt dat hij niet heeft gezien dat [aangever 1] werd beroofd. [aangever 1] is de enige persoon die heeft verklaard dat de verdachte dreigementen heeft geuit en deze verklaring wordt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Dat betekent dat het dossier voor de wezenlijke bijdrage van de verdachte aan de tenlastegelegde afpersing, bestaande uit het uiten van bedreigingen, onvoldoende bewijs bevat. Dat leidt tot het oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van dit tenlastegelegde feit.
Zijn uitleg dat hij in de kelderbox verschillende kledingstukken heeft aangeraakt geeft geen afdoende verklaring voor het feit dat zijn DNA is aangetroffen aan de binnenkant van de manchetten van de jas en aan de binnenkant van beide schoenen. Dat duidt er op dat de verdachte deze kledingstukken ook daadwerkelijk aan heeft gehad. Aan de overtuiging dat de verdachte deze kledingstukken ook zeer kort tevoren nog heeft gedragen draagt bij dat zowel de jas als de schoenen nat waren, wat aansluit bij de omstandigheid dat het die avond regende.
9 februari 2026;
24 augustus 2025 (p. 11-14);
24 november 2025 (p. 15-18);
hij op 23 januari 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een geldbedrag, dat aan Avondwinkel [bedrijf] toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen [naam] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden
engemakkelijk te maken,
heeft getoonden daarbij één of meerdere malen 'kassa, kassa'
heeft geroepen,
gepleegdgeweld bestond uit:
- die [aangever 2] meermalen te slaan en
- die [aangever 2] te schoppen en
- die [aangever 2] vast te pakken en
- richting die [aangever 2] te spugen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Voor openlijk geweld tegen personen is als uitgangspunt opgenomen een taakstraf vanaf
40 uur of een daaraan gelijk te stellen jeugddetentie.
7.De vordering van de benadeelde partij
[benadeelde] heeft de verdediging primair tot niet-ontvankelijk van de benadeelde partij geconcludeerd nu vrijspraak is bepleit. Subsidiair is de vordering volgens de verdediging onvoldoende onderbouwd en moet de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. Meer subsidiair moet de vordering worden gematigd.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
(09-025892-25) onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
jeugddetentievoor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
71 dagen), bij het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
49 (negenenveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
.gedurende de proeftijd meewerkt aan de begeleiding door een coach, verbonden aan E25 of een soortgelijke instelling, en zich houdt aan de afspraken die daarbij met hem worden gemaakt;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
60 (zestig) uren;
30 (dertig) dagen;