Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister heeft op 7 september 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het voortduren van de maatregel reeds eerder getoetst en geoordeeld dat deze tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op afgifte van een reisdocument en dat hij coöperatief is, maar de rechtbank acht dit onvoldoende om het beroep gegrond te verklaren.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak zicht op uitzetting naar Algerije niet ontbreekt en dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken. De detentieduur van minder dan zes maanden is onvoldoende om de belangenafweging in het voordeel van eiser te doen uitvallen.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.