Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Inzicht in de uitzettingsinspanningen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is sinds 8 december 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op basis van stukken beoordeeld.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring reeds eerder rechtmatig is bevonden tot het moment van het sluiten van het onderzoek in een eerdere uitspraak van 6 januari 2026. De beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel richt zich daarom op de periode daarna. Eiser stelde dat onvoldoende inzicht bestaat in de uitzettingsinspanningen en dat een actuele toetsing aan artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn en het non-refoulementbeginsel had moeten plaatsvinden.
Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de minister meerdere pogingen heeft gedaan om een laissez-passer te verkrijgen bij de Algerijnse autoriteiten en dat vertrekgesprekken met eiser zijn gevoerd. De rechtbank acht de beroepsgrond niet geslaagd omdat er geen gewijzigde feiten of omstandigheden zijn die een andere beoordeling rechtvaardigen. Ook is er geen reden om aan te nemen dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt.
De rechtbank concludeert dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.