Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Deze uitspraak betreft het verzet van de minister van Asiel en Migratie tegen een eerdere uitspraak van 19 augustus 2024, waarin de minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €437,50 aan de verzoeker. De minister stelde dat er geen procesbelang bestond omdat ten onrechte artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was toegepast en dat er onvoldoende gelegenheid was geweest om te reageren op een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelt dat het procesbelang wel aanwezig blijft zolang er geen besluit is genomen, ook als een dwangsom nog niet volledig is verbeurd, en dat dit ook geldt voor vreemdelingenrechtelijke zaken. De rechtbank stelt vast dat de minister geen verzoek heeft gedaan om te worden gehoord en dat er voldoende tijd was om te reageren op de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2022.
De rechtbank concludeert dat het verzet ongegrond is en bevestigt de uitspraak van 19 augustus 2024. Omdat er geen twijfel bestond over de uitkomst, is de uitspraak toen zonder zitting gedaan, wat conform artikel 8:54 Awb Pro is toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet van de minister wordt ongegrond verklaard en de eerdere proceskostenveroordeling blijft in stand.