Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
- [naam 1] namens de Raad;
- de vader;
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
2.De feiten
3.Het verzoek
16 februari 2026 woont [minderjarige] bij haar vader, nadat er, met hulp van [hulpverlener] , was ingezet op contactherstel. Zowel [minderjarige] als vader moet wennen aan de nieuwe situatie. Daarbij komt dat [minderjarige] ook minder contact heeft met haar (half)zussen [naam 3] en - in mindere mate - [naam 4] . Daarnaast heeft [minderjarige] al het nodige meegemaakt in haar leven, wat grote impact kan hebben op haar ontwikkeling. Het gaat dan onder andere om het getuige zijn van huiselijk geweld tussen moeder en haar partner(s), dronkenschap van moeder en discontinuïteit in de aanwezigheid van de vader in haar leven. De Raad gunt het [minderjarige] om het verlies van haar moeder en alles wat zij heeft meegemaakt te kunnen verwerken. Op korte termijn gaat [minderjarige] daarom starten met speltherapie. Verder blijft de begeleiding van [hulpverlener] nog betrokken om vader te ondersteunen en het contact met (half)zussen [naam 3] en [naam 4] te structureren. De vader en het betrokken netwerk hebben tijdens het raadsonderzoek laten zien bereid te zijn om mee te werken aan de intensieve hulpverlening die [hulpverlener] heeft ingezet. Er is geen weerstand geweest en de veiligheidsafspraken werden nageleefd. Dat is ontzettend positief en maakt ook dat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] is afgenomen. De Raad vindt het op zijn plaats om de vader te complimenteren voor de manier waarop hij zich heeft ingezet. De situatie is echter nog wel pril en het is daarom noodzakelijk dat de jeugdbeschermer langer betrokken blijft om zicht te houden op de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] . De Raad denkt dat [minderjarige] ook trauma-gerelateerde klachten kan gaan laten zien op het moment dat de thuissituatie rustiger is. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is dan nodig om gerichte hulpverlening in te zetten en ervoor te zorgen dat de vader wordt ondersteund in het omgaan met deze eventuele traumaklachten van [minderjarige] .
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.