ECLI:NL:RBDHA:2026:7062
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling
De rechtbank Den Haag behandelde op 27 februari 2026 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige verblijft sinds januari 2025 bij haar tante vanwege spanningen en conflicten tussen haar ouders en de tante, die haar ontwikkeling ernstig bedreigen.
De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. De minderjarige kampt met somberheidsklachten, loyaliteitsconflicten en een verstoorde relatie met haar moeder. De moeder verzet zich tegen plaatsing bij de huidige tante en verzoekt om plaatsing bij een andere tante of een neutrale plek. De vader stemt in met de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig zijn. De minderjarige voelt zich prettig bij de tante en het verblijf daar draagt bij aan haar mentale herstel. Contactherstel met de moeder is wenselijk maar momenteel niet haalbaar. De beschikking geldt voor een jaar toezicht en zes maanden uithuisplaatsing, met de nadruk op het starten van individuele hulpverlening en het respecteren van de wensen van de minderjarige.
Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toe en stelt de minderjarige onder toezicht met machtiging tot verblijf bij de tante.