Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7062

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
C/09/697828 / JE RK 26-78
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling

De rechtbank Den Haag behandelde op 27 februari 2026 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige verblijft sinds januari 2025 bij haar tante vanwege spanningen en conflicten tussen haar ouders en de tante, die haar ontwikkeling ernstig bedreigen.

De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. De minderjarige kampt met somberheidsklachten, loyaliteitsconflicten en een verstoorde relatie met haar moeder. De moeder verzet zich tegen plaatsing bij de huidige tante en verzoekt om plaatsing bij een andere tante of een neutrale plek. De vader stemt in met de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing.

De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig zijn. De minderjarige voelt zich prettig bij de tante en het verblijf daar draagt bij aan haar mentale herstel. Contactherstel met de moeder is wenselijk maar momenteel niet haalbaar. De beschikking geldt voor een jaar toezicht en zes maanden uithuisplaatsing, met de nadruk op het starten van individuele hulpverlening en het respecteren van de wensen van de minderjarige.

Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toe en stelt de minderjarige onder toezicht met machtiging tot verblijf bij de tante.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/697828 / JE RK 26-78
Datum uitspraak: 27 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 16 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden(hierna te noemen: de Raad),
betreffende:
- [de minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
vertegenwoordigd door de bijzondere curator mr. I.G.M. van Gorkum.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: voorheen mr. D.Z. Peters te Zoetermeer, nu mr. J.B. Peters te Zoetermeer,

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G. Schnoor te Den Haag.
De kinderrechter merkt als informanten aan:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

[de tante 1] ,

de tante van de zijde van de vader, hierna: de tante,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van 9 februari 2026 van de advocaat
van de vader;
- twee e-mailberichten van 19 februari 2026 van de advocaat van de moeder, met als bijlage een verweerschrift tevens zelfstandig verzoek.
Op 27 februari 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Het betrof een gecombineerde behandeling van zowel onderhavige procedure als de procedure ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de kinderalimentatie, ingeschreven onder zaak- en rekestnummer C/09/679457 / FA RK 25-697. De schriftelijke uitwerking daarvan is in een afzonderlijke beschikking vastgelegd.
Op de zitting van 27 februari 2026 zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de bijzondere curator;
- [naam 1] namens de Raad;
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
- de tante.
[de minderjarige] heeft, in aanwezigheid van de bijzondere curator, in raadkamer haar mening kenbaar gemaakt.

Feiten

- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest van 20 augustus 2008 tot 20 april 2023.
- [de minderjarige] is erkend door de vader.
- De vader en de moeder oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- [de minderjarige] verblijft feitelijk bij de tante.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de periode van één jaar en tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin voor een periode van zes maanden.
Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] , omdat [de minderjarige] last heeft van somberheidsklachten en zij gevoelens van spanning en onzekerheid ervaart over waar zij mag wonen en van wie zij mag houden. Daarnaast is sprake van een loyaliteitsconflict en staat [de minderjarige] hierdoor ernstig onder druk. [de minderjarige] is langdurig en continu getuige van spanningen tussen haar ouders en moeder en tante. De ouders onderling en de moeder en tante praten negatief over elkaar. [de minderjarige] heeft hier last van. [de minderjarige] verblijft sinds januari 2025 bij de tante. Er is sinds deze plaatsing vrijwel geen contact tussen moeder en [de minderjarige] . De Raad is bezorgd dat de strijd tussen de moeder en tante contactherstel tussen de moeder en [de minderjarige] bemoeilijkt. Het is de ouders al sinds 2021 niet gelukt hulpverlening voor [de minderjarige] te organiseren en zij leggen de oorzaak hiervan volledig bij de andere ouder neer. De zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige] blijven hierdoor bestaan. De Raad vindt een ondertoezichtstelling van een jaar een passende termijn, omdat er hulpverlening voor [de minderjarige] en ouders moet worden opgestart en worden gecontinueerd. Er moet meer rust komen in de onderlinge relaties tussen de ouders en de moeder en tante, zodat [de minderjarige] kan werken aan contactherstel en onbelast contact kan hebben met beide ouders. Er moet tevens bezien worden wat een passende plek is voor [de minderjarige] om te (blijven) wonen. Een uithuisplaatsing voor [de minderjarige] is noodzakelijk, omdat de relatie met haar moeder dermate onder druk staat dat terugkeer naar huis momenteel niet mogelijk is. Kijkend naar de loyaliteit van [de minderjarige] en de last die zij ervaart van het (ver)oordelen en ruziën van de volwassenen om haar heen, heeft de Raad een neutrale plaatsing overwogen. De Raad heeft hier echter niet voor gekozen, omdat [de minderjarige] zelf aangeeft het prettig te vinden bij de tante. [de minderjarige] heeft laten zien dat het sinds haar verblijf bij de tante op meerdere vlakken beter met haar gaat. Het gaat beter op school en ze heeft een baantje gevonden. De Raad heeft bij plaatsing van [de minderjarige] bij de tante wel forse zorgen over loyaliteitsproblematiek en het feit dat het vanuit de plek bij de tante vooralsnog niet gelukt is om tot contactherstel met de moeder te komen. Het is noodzakelijk dat een jeugdbeschermer hier regie op gaat voeren en onderzoekt waar [de minderjarige] op de langere termijn het beste kan wonen. De Raad verzoekt een uithuisplaatsing voor zes maanden, omdat er tijd nodig is voor [de minderjarige] om vervelende situaties uit haar verleden te verwerken en onder begeleiding te werken aan contactherstel. Daarbij is het van belang dat er meer zicht komt op de situatie bij de vader en moeder thuis en of dit een passende plek zou zijn voor [de minderjarige] om naar (terug) te keren. Dit hangt samen met de inschatting dat voor [de minderjarige] een termijn van twaalf maanden aanvaardbaar is om onzekerheid over haar toekomstperspectief te verdragen. De Raad meent dat [de minderjarige] wel last heeft van de onzekerheid over haar opvoedplek, maar dat deze onzekerheid niet dermate groot is dat dit van grote invloed is op de aanvaardbare termijn.
De vader heeft ingestemd met het verzochte. De vader zou het liefst zien dat [de minderjarige] bij hem zou kunnen wonen, maar dat is praktisch gezien niet mogelijk. Het verblijf bij tante is dan de beste oplossing. De vader vindt het wel bezwaarlijk dat de uithuisplaatsing voor slechts zes maanden wordt verzocht, omdat dit onrust veroorzaakt bij [de minderjarige] .
De moeder heeft zich ten aanzien van het verzoek tot ondertoezichtstelling gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter. De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzoek tot uithuisplaatsing bij de tante. Indien en voor zover de kinderrechter toch overgaat tot een uithuisplaatsing, heeft de moeder verzocht om [de minderjarige] te plaatsen bij [de tante 2] en [de oom] te [plaats] , althans subsidiair te plaatsen bij een neutrale derde.
De moeder is van mening dat de adviezen van de Raad op geen enkele wijze recht doen aan de belangen van [de minderjarige] . De situatie is inmiddels zodanig dat [de minderjarige] thuis mogen opvoeden en verzorgen op dit moment niet haalbaar lijkt te zijn. Dit is schrijnend, nu de moeder jarenlang voor [de minderjarige] heeft gezorgd, altijd een goede band met haar heeft gehad en zich onverminderd heeft ingezet voor haar welzijn. Er is echter een krachtenveld ontstaan waarbij de moeder en haar huidige partner op een onheuse en onjuiste wijze zijn afgeschilderd, zelfs tot aan vermeend grensoverschrijdend gedrag toe, terwijl feitelijk is vastgesteld dat daarvan geen sprake is geweest. Deze dynamiek heeft uiteindelijk geleid tot het vertrek van [de minderjarige] en is debet aan de huidige situatie. Het advies van de Raad strekt ertoe de huidige situatie in ieder geval voorlopig te continueren. Daarmee wordt een voor [de minderjarige] uiterst ongewenste dynamiek bestendigd. De moeder is ervan overtuigd dat zolang [de minderjarige] bij de tante verblijft, er geen perspectief is op herstel van de band, wat essentieel is voor het welzijn van [de minderjarige] . Van onveiligheid bij de moeder is nooit sprake geweest. Dat het bij de tante veilig zou zijn, is naar de mening van de moeder pertinent onjuist, nu mede het ontbreken van contact tussen de moeder en [de minderjarige] vanwege het verblijf bij de tante per definitie schadelijk en daarmee onveilig is voor de ontwikkeling van [de minderjarige] . De moeder bepleit een tijdelijk verblijf bij de andere tante, die in Rijswijk woont met haar echtgenoot, dan wel in een neutrale setting, als tussenstation om zo spoedig mogelijk te komen tot contactherstel. Hierbij kan eventueel begeleid wonen worden overwogen. Verder is de moeder van oordeel dat de kinderrechter in de beschikking zou moeten opnemen dat moet worden ingezet op terugkeer bij de moeder, waar [de minderjarige] thuishoort, en dat de jeugdbeschermer zich actief op dit perspectief moet richten.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn.
Er is sprake van concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige] . Die bedreigingen worden voor een deel veroorzaakt door het spanningsveld waarin [de minderjarige] al jaren leeft, doordat het de ouders niet lukt hun onderlinge strijd te staken. Hoewel het belangrijk is dat daarop ingezet blijft worden, heeft de kinderrechter niet de verwachting dat de verhouding tussen de ouders onderling nog wezenlijk zal veranderen.
Een andere oorzaak van de bedreiging in de ontwikkeling van [de minderjarige] is gelegen in de omstandigheid dat zij zich niet begrepen en gehoord voelt door de ouders, met name de moeder. Zij houdt van haar beide ouders, maar wordt door hen beiden gevoed met negativiteit over de andere ouder. Sinds de partner van de moeder bij de moeder en [de minderjarige] woont, voelt [de minderjarige] zich bovendien niet prettig in huis. Zij heeft dat aangegeven bij de moeder, maar de moeder en [de minderjarige] denken hier verschillend over en kunnen elkaar op dit onderwerp niet bereiken. [de minderjarige] voelt zich hierdoor onbegrepen en gekwetst en heeft het gevoel dat haar moeder haar partner verkiest boven [de minderjarige] .
Op dit moment heeft [de minderjarige] geen contact met haar moeder en woont [de minderjarige] bij haar tante. De verhouding tussen tante en de moeder is op dit moment niet goed en de moeder krijgt niet of nauwelijks informatie over [de minderjarige] . Het is belangrijk voor de ontwikkeling van [de minderjarige] dat zij weer positief contact kan hebben met de moeder. Het verblijf bij de tante bemoeilijkt dat contact. De kinderrechter is ervan overtuigd dat de tante [de minderjarige] niet actief van de moeder weghoudt, maar de tante is onderdeel van het netwerk van de vader en binnen dat netwerk wordt (mogelijk vanuit goede bedoelingen) informatie met [de minderjarige] gedeeld die de verhouding tussen [de minderjarige] en haar moeder mogelijk verder op scherp stelt. Het lukt de moeder bovendien niet zich neer te leggen bij de keuze van [de minderjarige] voor het verblijf van [de minderjarige] bij de tante en zij uit zich zeer negatief over de tante en haar gezin. Die informatie bereikt [de minderjarige] en veroorzaakt een verdere verwijdering tussen [de minderjarige] en haar moeder, omdat zij zich juist fijn en begrepen voelt bij de tante.
Ten slotte bestaan er grote zorgen over het mentale welzijn van [de minderjarige] . Zij kampt inmiddels al heel lang met ernstige depressieve gevoelens en het lukt haar niet om daar passende hulpverlening voor te krijgen. Haar ouders zijn het erover eens dat [de minderjarige] hulp nodig heeft, maar vanuit de hulpverlening lijkt de indruk te bestaan dat eerst ingezet moet worden op de beëindiging van de strijd tussen de volwassenen om [de minderjarige] heen, voordat individuele hulp voor [de minderjarige] kan worden opgestart. Zoals genoemd heeft de kinderrechter niet de verwachting dat de onderlinge verhouding tussen de volwassenen nog wezenlijk zal veranderen. [de minderjarige] groeit al jaren op in dit krachtenveld en zij zal een manier moeten vinden om met dit gegeven om te gaan. Daarnaast heeft zij last van de spanningen die tussen haar moeder en haarzelf zijn ontstaan. Haar gevoel van eigenwaarde is ernstig aangetast. Zij heeft hulp nodig bij de verwerking van alle gebeurtenissen en wil graag een vorm van individuele therapie volgen, maar ondanks inzet van ouders, de bijzondere curator en [de minderjarige] zelf komt die hulp niet van de grond. [de minderjarige] heeft daarom dringend hulp nodig van een jeugdbeschermer om ervoor te zorgen dat zij die hulp krijgt.
Het voorgaande maakt dat de kinderrechter de verzochte ondertoezichtstelling van [de minderjarige] zal toewijzen. Ter zitting is besproken dat mogelijk niet direct een vaste jeugdbeschermer voor [de minderjarige] beschikbaar is. De kinderrechter is bekend met en heeft begrip voor de problemen waar de jeugdbescherming mee kampt, maar voor de ontwikkeling van [de minderjarige] is dit gegeven niet acceptabel. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling daarom met klem er in de periode totdat een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is in elk geval, zo nodig in samenwerking met de bijzondere curator, voor te zorgen dat [de minderjarige] met individuele hulpverlening kan starten.
Voorts is de kinderrechter van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. De uithuisplaatsing is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . De verhouding tussen [de minderjarige] en haar moeder is op dit moment zodanig verstoord dat terugkeer van [de minderjarige] naar haar moeder niet in het belang van [de minderjarige] is. [de minderjarige] kan ook niet structureel bij haar vader verblijven. [de minderjarige] voelt zich bovendien prettig bij de tante, ze voelt zich door haar gesteund en komt daar tot rust.
De moeder heeft voorgesteld [de minderjarige] bij een andere tante van vaderszijde te plaatsen, omdat zij zich zorgen maakt om de veiligheid bij de tante waar [de minderjarige] nu verblijft. Bij deze tante ontbreekt wat de moeder betreft met name de mogelijkheid voor de moeder om contact te hebben met [de minderjarige] en informatie te krijgen over het welzijn van [de minderjarige] .
De kinderrechter constateert evenwel dat [de minderjarige] sinds zij bij de tante woont regelmatig contact heeft met diverse andere belangrijke volwassenen, waaronder haar schoolmentor, Youz en de bijzondere curator. Van geen van hen is een signaal gekomen op basis waarvan twijfels bestaan over de veiligheid van [de minderjarige] bij de tante. Integendeel, sinds [de minderjarige] bij haar tante verblijft gaat het beter met haar en heeft zij minder last van depressieve gevoelens. Dat wordt niet alleen gevoeld door [de minderjarige] zelf, maar ook gezien door school en vanuit Youz, waar [de minderjarige] groepstherapie heeft gevolgd. De kinderrechter vindt het onder deze omstandigheden belangrijk dat de wens van [de minderjarige] om bij haar tante te verblijven wordt gerespecteerd en haar op die manier de rust en het vertrouwen wordt gegeven dat zij vanuit het adres van de tante verder aan haar mentale herstel kan werken.
De kinderrechter ziet ook dat het verblijf bij de tante op dit moment een obstakel vormt voor contactherstel tussen [de minderjarige] en de moeder. De kinderrechter denkt, zoals hiervoor toegelicht, evenwel anders dan de moeder over de wijze waarop het verblijf bij de tante aan contactherstel in de weg staat. De kinderrechter heeft bovendien de verwachting dat, als [de minderjarige] nu gedwongen wordt zich te verplaatsen van de ene tante naar de andere tante, dit zal leiden tot een nog grotere vertrouwensbreuk tussen [de minderjarige] en haar moeder. Het belang om de nu relatief stabiele situatie voor [de minderjarige] te continueren is onder deze omstandigheden naar het oordeel van de kinderrechter groter dan het belang van de moeder bij plaatsing bij de andere tante van [de minderjarige] .
Wel dient er aandacht te zijn voor de informatievoorziening naar de moeder over het welzijn van [de minderjarige] . Op dit moment ontvangt de moeder niet of nauwelijks informatie. Dit vergroot het al bij de moeder bestaande wantrouwen en maakt het haar moeilijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van [de minderjarige] . De kinderrechter verwacht van de gecertificeerde instelling dat zij met de ouders, de tante en [de minderjarige] een oplossing zoeken voor dit probleem.
De kinderrechter zal [de minderjarige] in een brief met de volgende tekst op de hoogte brengen van deze beslissing en van de beslissing in de zaak met zaaknummer C/09/679457 / FA RK 25-697:
Beste [de minderjarige] ,
Bedankt dat je weer naar de rechtbank bent gekomen om met mij te praten. Na ons gesprek heb ik met je ouders en hun advocaten en je tante gesproken. Er was ook iemand van de Raad voor de Kinderbescherming en van Jeugdbescherming west Haaglanden bij de zitting. Daarna heb ik besloten jou onder toezicht te stellen van Jeugdbescherming west Haaglanden en een machtiging te verlenen voor de uithuisplaatsing van jou bij je tante. De ondertoezichtstelling geldt voor een jaar en loopt dus tot 27 februari 2027. De machtiging tot uithuisplaatsing geldt voor een half jaar en loopt dus tot 27 augustus 2026. Ik wil je in deze brief uitleggen waarom ik dit heb besloten.
Allereerst wil ik je vertellen dat ik het heel fijn vond om van jou te horen dat het beter met jou gaat dan de vorige keer dat wij elkaar spraken. Ik vind het heel knap van je dat het jou lukt om je in te zetten voor school en dat je de groepstherapie een kans hebt gegeven. Toch maak ik me zorgen over jouw ontwikkeling en daarom heb ik besloten tot de ondertoezichtstelling.
Ik maak me er zorgen over dat jouw ouders al heel lang onenigheid hebben en jij in dat spanningsveld opgroeit. Ik maak me er zorgen over dat de volwassenen om jou heen jou belasten met negatieve informatie over elkaar en ik vind het heel moeilijk voor jou dat jij je niet begrepen en gehoord voelt door jouw ouders, met name door je moeder. Ik vind het daarnaast verdrietig voor jou en voor je moeder dat jullie elkaar nu niet zien of spreken. Ik maak me veel zorgen over wat dit allemaal met jou doet en over de depressieve gevoelens die bij jou zijn ontstaan en dat het niet lukt daar de juiste hulp voor te krijgen. Ik vind het belangrijk dat jij de hulp krijgt die jij nodig hebt en ik denk dat een jeugdbeschermer je daarbij kan helpen. De jeugdbeschermer kan ook een rol spelen in de communicatie tussen jouw ouders, jouw tante en jouzelf. Ik vind het belangrijk dat allebei jouw ouders een rol kunnen blijven hebben in jouw leven en dat zij op de hoogte gehouden worden van hoe het met jou gaat. Dit mag alleen niet in de weg staan van jouw ontwikkeling en jij moet zo min mogelijk last hebt van de meningsverschillen die zij hebben.
De jeugdbeschermer die op de zitting aanwezig was heeft uitgelegd dat er ook bij hen sprake is van een wachtlijst, waardoor het een poosje kan duren voordat er een vaste jeugdbeschermer voor jou beschikbaar is. Daar kan helaas niemand iets aan veranderen. Ik heb daarom aan Jeugdbescherming west Haaglanden gevraagd jou (voordat de vaste jeugdbeschermer beschikbaar is) in elk geval alvast te helpen met het regelen van de individuele hulpverlening die jij zo graag wilt ontvangen. Om deze reden heb ik ook besloten dat de bijzondere curator voorlopig nog beschikbaar blijft voor jou. Ik hoop dat zij samen met Jeugdbescherming west Haaglanden kan zorgen dat jij zo snel als mogelijk met individuele hulpverlening kan starten.
Ik heb ook een machtiging verleend voor jouw verblijf bij jouw tante. Jij voelt je nu niet prettig bij je moeder thuis en wilt daar nu niet wonen. Je kunt ook niet structureel bij je vader verblijven. Je voelt je wel prettig bij je tante, je voelt je door haar gesteund en komt daar tot rust. Het gaat ook beter met je sinds je bij je tante verblijft. Ik vind het daarom belangrijk jouw wens om bij je tante te verblijven te respecteren. Ik hoop dat dat je de rust en het vertrouwen geeft om je volledig op je eigen mentale herstel te kunnen richten.
Ten slotte heb ik besloten geen specifieke afspraken vast te leggen over het contact tussen jou en jouw moeder en het contact tussen jou en jouw vader. Jij vindt het prettig dat je zelf met je vader kunt afstemmen wanneer je hem ziet en het contact tussen jou en jouw vader loopt goed zoals het nu is. Daar wil ik geen verandering in brengen.
Zoals ik al zei, maak ik me er wel zorgen over dat jij je moeder nu niet ziet. Ik vind het belangrijk dat jij weer positief contact kan hebben met jouw moeder. Je hebt mij uitgelegd dat jij er nu niet klaar voor bent om het contact met je moeder te herstellen en dat je eerst individuele therapie wilt volgen. Ik begrijp jouw wens en wil jou niet dwingen tot contact. Ik denk niet dat dat goed is voor de band tussen jou en jouw moeder.
In ons gesprek hadden we het over drie dingen die voor jou belangrijk waren, namelijk dat je individuele hulpverlening zou krijgen, dat je graag in de zomer met je tante mee wilt naar Spanje en dat je je eigen huisarts wilt kiezen.
Zoals gezegd verwacht ik van Jeugdbescherming west Haaglanden dat zij zich, zo nodig samen met de bijzondere curator, gaan inzetten om de hulpverlening voor jou te organiseren. Allebei jouw ouders willen ook graag dat jij de hulpverlening krijgt die jij nodig hebt en willen er ook hun best voor doen om te zorgen dat die hulp er komt.
In het gesprek dat ik had met jouw ouders hebben we het ook kort gehad over de vakantie. Daar was toen nog niet direct een oplossing voor, maar de advocaat van jouw vader heeft medegedeeld dat, als jouw ouders daar geen overeenstemming over bereiken, hij een verzoek zal indienen zodat de rechtbank daarover kan beslissen. Als dat gebeurt krijg je een oproep van de rechtbank om je mening daarover te geven. Je mag dan zelf beslissen of je komt. Je mag ook een briefje of mailtje sturen waarin je je mening kenbaar maakt.
Uit het gesprek met jouw ouders is mij opnieuw gebleken dat zij allebei het beste voor jou willen en ook graag met jou mee willen denken. Als jij en jouw ouders het desondanks niet volledig eens blijken te zijn over jouw huisarts kan dat anders opgelost worden. Voor afspraken met artsen, zoals de huisarts, gelden speciale regels. Als je 16 bent mag je hier zelf, zonder jouw ouders, beslissingen over nemen. Nu ben je nog 15, maar ook dan heb je zelf een belangrijke stem en kan een arts je vaak toch behandelen, ook als ouders daar geen toestemming voor zouden geven. De bijzondere curator kan je daar nog verdere uitleg over geven als je daar behoefte aan hebt
Ik hoop dat alles zo duidelijk is voor jou. Zo niet, dan kun je de bijzondere curator vragen om het een en ander nog wat beter uit te leggen. Ik wens je heel veel succes de komende tijd!
Met vriendelijke groet, de kinderrechter

Beslissing

De kinderrechter:

stelt [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , van27 februari 2026 tot 27 februari 2027 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;

en
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin van 27 februari 2026 tot 27 augustus 2026;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 maart 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.