ECLI:NL:RBDHA:2026:6874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning privéleven wegens strafrechtelijk verleden en belangenafweging
Eiser heeft op 17 april 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel 'privéleven'. De minister wees deze aanvraag af op 5 oktober 2023, en handhaafde dit besluit bij bezwaar op 5 juni 2025. Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser geen geldige machtiging voor voorlopig verblijf heeft en niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Daarnaast weegt het strafrechtelijk verleden van eiser zwaar mee, waarbij diverse celstraffen en geweldsdelicten zijn vastgesteld. Ondanks therapieën en een ISD-maatregel is er onvoldoende positieve gedragsverandering.
De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro leidt tot een negatief oordeel voor eiser, mede vanwege het langdurig onrechtmatig verblijf en het gevaar voor de openbare orde. Ook het beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid en een geactualiseerde refoulementtoetsing slaagt niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning privéleven wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.