ECLI:NL:RBDHA:2026:6865
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen inhouding Rva-verstrekkingen door COa
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een brief/e-mail van het COa van 5 mei 2024 waarin inhoudingen op hun Rva-verstrekkingen werden aangekondigd. Deze inhoudingen volgden op een financieel voorschot dat eisers bij aankomst op de centrale opvanglocatie hadden ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de brief/e-mail van 5 mei 2024 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling met rechtsgevolg betreft. De inhoudingen waren een compensatie van het eerder verstrekte voorschot en leidden niet tot een beperking van de wettelijke Rva-verstrekkingen.
Daarnaast is het niet (langer) verstrekken van eetgeld op locaties zonder kookgelegenheid geen inhouding waartegen in rechte kan worden opgekomen. De rechtbank volgt het COa in de uitleg dat de feitelijke wijziging in verstrekking geen beperking van rechten inhoudt.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en behandelt zij de inhoudelijke gronden niet. Eisers hoeven geen griffierecht te betalen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de inhouding van Rva-verstrekkingen door het COa.