In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 3 januari 2024. De rechtbank had in een eerdere uitspraak bepaald dat de minister binnen acht weken een besluit moest nemen en bij overschrijding een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, verschuldigd is.
De minister heeft niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is verklaard. De rechtbank bevestigt dat de minister alsnog binnen acht weken na deze uitspraak een besluit moet nemen, waarbij rekening is gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’ en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van de werkzaamheden voor dit opvolgend beroep.
De uitspraak is gedaan door rechter T.F. Bruinenberg en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser krijgt gelijk en de minister wordt verplicht binnen de gestelde termijn te beslissen, met financiële sancties bij niet-naleving.