In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 26 januari 2022. De rechtbank had in een eerdere uitspraak al bepaald dat de minister binnen vier weken een besluit moest nemen en bij overschrijding een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, moest betalen.
De minister heeft echter niet binnen deze termijn een besluit genomen, waardoor eiser opnieuw beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op het overschrijden van de bovengrens van 21 maanden en het recente nader gehoor op 4 juli 2023, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken op, ingaande de dag na deze uitspraak.
De rechtbank bevestigt de dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 als een redelijke prikkel voor de minister om tijdig te beslissen. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een lagere wegingsfactor vanwege de aard van het opvolgend beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.