Eiseres heeft een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 14 september 2023. In een eerdere procedure had de rechtbank Arnhem de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 vastgesteld.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt opnieuw een beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden. De termijn gaat in de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van €100 per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Deze dwangsom is bedoeld als prikkel om het bestuursorgaan tot tijdig beslissen te bewegen. De rechtbank ziet geen aanleiding tot verhoging van de dwangsom ondanks het eerdere uitblijven van een besluit.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €233,50, met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van werkzaamheden bij een opvolgend beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.