ECLI:NL:RBDHA:2026:6665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit minister inzake tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van een derdelander met Marokkaanse nationaliteit tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Eiser had rechtmatig verblijf op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) vanwege de situatie in Oekraïne, maar de minister beëindigde dit verblijf en legde een terugkeerbesluit op.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 3 juli 2025 het eerdere besluit van 7 februari 2024 vervangt en dat het beroep zich op dit nieuwe besluit richt. De rechtbank stelt vast dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming rechtmatig is en dat de minister geen toezeggingen heeft gedaan die het terugkeerbesluit in de weg staan. De persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals zijn verblijf, werk en gezin in Nederland, zijn meegewogen, maar bieden geen grond om het besluit te vernietigen.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit van 7 februari 2024 niet-ontvankelijk vanwege intrekking en het beroep tegen het besluit van 3 juli 2025 ongegrond. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens het prematuur genomen eerdere besluit. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van de minister om tijdelijke bescherming te beëindigen en het terugkeerbesluit te handhaven.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 3 juli 2025 is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.