Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 14 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden en er op 16 augustus 2024 een nader gehoor heeft plaatsgevonden, geldt een verkorte beslistermijn van vier weken na de uitspraak.
De rechtbank draagt de minister op binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt zij een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.