ECLI:NL:RBDHA:2026:6632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsingsvolgorde verblijfsvergunning artikel 8 EVRM versus medische vergunning
Eiseres diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van Pro het EVRM, gericht op familieleven. De minister wees deze aanvraag af, maar verleende ambtshalve een tijdelijke verblijfsvergunning voor medische behandeling. De minister stelde dat hierdoor toetsing van artikel 8 EVRM Pro niet meer aan de orde was.
De rechtbank oordeelt dat de minister de aangevraagde vergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro wel inhoudelijk had moeten toetsen, ook als er al een medische vergunning was verleend. De toetsingsvolgorde van de minister strookt niet met de systematiek van het Vreemdelingenbesluit. Het is niet toegestaan om de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag op grond van artikel 8 EVRM Pro te omzeilen door een tijdelijke medische vergunning te verlenen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de weigering van de vergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro betreft en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de proceskosten aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen.