ECLI:NL:RBDHA:2024:19138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning niet-tijdelijke verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens ernstige medische situatie en langdurige verblijf in Nederland
Eiseres, van Armeense nationaliteit, woont sinds 2014 in Nederland en lijdt aan ernstig nierfalen waarvoor zij in Armenië geen adequate behandeling kan krijgen. Zij heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning humanitair niet tijdelijk, die door verweerder is afgewezen. Verweerder erkent het privéleven van eiseres, maar stelt dat er geen beschermenswaardig familieleven is en dat de belangen van de Nederlandse staat zwaarder wegen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet heeft voldaan aan een eerdere onherroepelijke uitspraak van 15 december 2023, waarin werd bepaald dat een nieuwe belangenafweging moet worden gemaakt waarbij aan de belangen van eiseres zwaar gewicht moet worden toegekend. Verweerder heeft deze belangenafweging niet gemaakt en het besluit is daardoor niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
Gezien de ernstige medische situatie van eiseres, haar langdurige verblijf in Nederland, haar sociale en taalkundige integratie, en de onzekerheid over de verlenging van haar tijdelijke medische verblijfsvergunning, acht de rechtbank het niet redelijk en evenwichtig om het belang van eiseres te negeren. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een niet-tijdelijke verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro te verlenen.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €1.750,- toegekend. De rechtbank benadrukt het belang van finaliteit in bestuursrechtelijke procedures, zeker gezien de kwetsbare gezondheidstoestand van eiseres, en verwijst naar jurisprudentie die het niet naleven van rechterlijke uitspraken door bestuursorganen aan banden legt.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een niet-tijdelijke verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM te verlenen.