Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 3 augustus 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat hij in Kroatië mishandeld is, onder mensonwaardige omstandigheden is gedetineerd en geen toegang had tot een adequate asielprocedure.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië, dat partij is bij het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De eerdere ervaringen van eiser in Kroatië betreffen een andere situatie dan de huidige overdracht als Dublinclaimant.
Ook is niet gebleken van ernstige structurele tekortkomingen in het Kroatische asielsysteem. Eiser heeft geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd die overdracht onevenredig maken, en zijn psychische klachten zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Kroatië verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.