Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
€ 15.000.
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde op 16 september 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en zoon. De rechtbank verklaarde dit beroep op 19 december 2024 gegrond en gaf de minister een termijn van acht weken om een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Op 6 augustus 2025 stelde eiser opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een besluit. De minister heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat de minister nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank legt een nieuwe termijn van twee weken op waarbinnen de minister alsnog moet besluiten en stelt een dwangsom van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 vast. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van € 467 en het door eiser betaalde griffierecht van € 194.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 15 januari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en veroordeelt de minister in proceskosten en griffierecht.