ECLI:NL:RBDHA:2026:6493
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet tegen afwijzing proceskostenvergoeding bij elektronische ingebrekestelling
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de uitspraak van 17 oktober 2025, waarin haar verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De rechtbank oordeelde destijds dat de elektronische ingebrekestelling niet op de juiste wijze was ingediend, omdat deze niet per post of via 'veilig mailen' was verzonden.
Opposante stelde dat de ingebrekestelling wel degelijk via 'veilig mailen' was ingediend, conform het advies van de minister die zelf gebruikmaakt van Zivver. De verzetsrechter overwoog dat eerdere jurisprudentie van dezelfde rechtbank de geldigheid van elektronische ingebrekestellingen bevestigt en dat de minister de ontvangst van de ingebrekestelling had bevestigd zonder geldige motivering van ongeldigverklaring.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van opposante, vastgesteld op €1401,-. Tevens deed de rechtbank op grond van artikel 8:55, tiende lid, Awb uitspraak op het beroep, omdat nader onderzoek niet nodig was en partijen in de gelegenheid waren gesteld gehoord te worden.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €1401,- aan proceskosten.