Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
[geboortedag 1] 2004, maar op [geboortedag 2] 2005.
Beoordeling door de rechtbank
[geboortedag 2] 2005 worden uitgegaan.
5 juli in Griekenland aankwam verklaart dit niet. De minister heeft van belang mogen achten dat eiser tweemaal in Griekenland een negatieve beschikking heeft ontvangen en daarmee voldoende gelegenheid heeft gehad om de door hem gestelde onjuiste registratie te corrigeren. Dit heeft eiser ondanks dat hij tijdens het aanmeldgehoor van 14 juni 2023 heeft verklaard dat hij een advocaat tot zijn beschikking had, [3] niet gedaan. De minister heeft verder van belang mogen achten dat eiser – door het opgeven van twee geboortedata in Nederland – verwarring heeft gezaaid. Blijkens het proces-verbaal van verhoor van
14 november 2022 heeft eiser op de vraag “wat is jouw geboortedatum en geboorteplaats?” verklaard te zijn geboren op “[geboortedag 3]-2005 te Marka in Somalië”. [4] Tijdens het aanmeldgehoor 14 juni 2023 en het nader gehoor van 29 november 2024 heeft eiser de geboortedatum [geboortedag 2] 2005 opgegeven. Daarmee heeft eiser twee verschillende geboortedata in Nederland opgegeven. De rechtbank volgt niet het betoog van eiser dat er mogelijk sprake is geweest van een verkeerde notatie door de AVIM voor de geboortedatum [geboortedag 3] 2005. Het verschil in datum is daarvoor bovendien te groot. Tot slot heeft eiser weliswaar een Somalisch identiteitsbewijs en een geboorteakte met als geboortedatum [geboortedag 2] 2005 overgelegd, maar over de documenten heeft Bureau Documenten geconcludeerd dat deze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Ook dat doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van eisers verklaring dat hij geboren is op
[geboortedag 2] 2005. Gelet op het voorgaande mocht de minister uitgaan van de registratie in Griekenland en derhalve van de geboortedatum [geboortedag 1] 2004. Voor de minister bestond geen aanleiding om nader onderzoek te doen. De beroepsgrond slaagt niet.