Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende in 2024 een asielaanvraag in met als grond dat hij biseksueel is en in Nigeria vervolging zou ondervinden. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van de biseksualiteit, onder meer door inconsistenties en summiere verklaringen.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het persoonlijke verhaal van eiser onvoldoende samenhangend en aannemelijk was. De verklaringen over zijn seksuele geaardheid, relaties en ervaringen waren vaag, tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd met objectieve documenten. Ook het late openlijk uitkomen in Nederland en het ontbreken van een overtuigend denkproces over zijn geaardheid werden meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en het opgelegde inreisverbod van twee jaar rechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.