Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister was opgedragen binnen zestien weken te beslissen. Omdat de minister deze termijn heeft overschreden, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van zes weken na verzending van deze uitspraak vast, waarbij de minister verplicht wordt binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd, met een maximum van € 37.500,-, om naleving van deze termijn af te dwingen.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 17 maart 2026.