Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 11 juni 2025 waarin een beslistermijn van acht weken werd gesteld. De minister heeft deze termijn niet nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, omdat de eerdere uitspraak een uitdrukkelijke en inmiddels verstreken termijn bevatte. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer een besluit zal volgen.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt zij een dwangsom van € 250,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 37.500,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser, die een professionele gemachtigde inschakelde.