Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 21 november 2023 ontvangen, maar de minister heeft niet binnen de wettelijke termijn van 21 maanden een besluit genomen. Eiser stelde de minister op 3 november 2025 in gebreke, waarna het beroep werd ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de beslistermijn heeft overschreden en eiser de ingebrekestelling correct heeft gedaan. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister niet tijdig beslist.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, omdat hij een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn gaat. De rechtbank ziet af van het houden van een zitting en baseert zich op de schriftelijke stukken.