Uitspraak
1.ECLI:NL:RBDHA:2025:8104.
5.ECLI:NL:RVS:2021:774.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt de minister op om binnen vier weken na de dag waarop eiser het paspoort van de achterblijvende ouder bij de minister heeft aangeleverd een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-;
- bepaalt dat de minister het door eiser betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.