ECLI:NL:RBDHA:2026:621
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over niet tijdig beslissen op Woo-verzoek afgewezen
Opposant diende op 9 januari 2023 een omvangrijk Woo-verzoek in bij de minister van VWS over de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens de coronapandemie. Na meerdere deelbesluiten was de besluitvorming nog niet afgerond. Het eerste beroep wegens niet tijdig beslissen werd op 21 februari 2024 gegrond verklaard met een beslistermijn tot 21 oktober 2024 en een dwangsom.
Het tweede beroep niet tijdig beslissen werd eveneens gegrond verklaard bij uitspraak van 11 juli 2025, waarbij de minister werd opgedragen uiterlijk 31 december 2025 te beslissen, wederom met een dwangsom. Opposant maakte bezwaar tegen deze beslissing en verzocht om een kortere beslistermijn en hogere dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is omdat de gegrondheid van het beroep niet tijdig beslissen vaststaat en opposant geen nieuwe standpunten heeft ingebracht die niet reeds bij de bestreden uitspraak bekend waren. De rechtbank acht de beslistermijn en dwangsom gemotiveerd en niet evident onrechtmatig. Het verzet wordt afgewezen en de bestreden uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak over het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak blijft in stand.