ECLI:NL:RBDHA:2026:6208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft eerder al twee keer het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een bepaalde termijn te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraken heeft de minister nog steeds geen besluit genomen, waardoor het derde beroep eveneens ontvankelijk en gegrond is verklaard. De rechtbank bevestigt de beslistermijn van twee weken en legt opnieuw een dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van de eisers, vastgesteld op € 467. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 17 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.